Het tocht
Het tocht
het tocht enorm langs alle kanten
ik plak de gaten dicht met oude kranten
trauma’s vullen roerloos de spleten
het is aanpakken – van wanten weten
Het tocht
emotionele blokkades als tochtstrips geplakt
mijn lach als pantser – luchtdicht verpakt
een dikke laag zelfbeeld, breed verdeeld
royaal aan mijn omgeving uitgedeeld
Het tocht
isolatiekamers van eenzaamheid
opgetrokken in een mum van tijd
onverwerkte emoties dichten kieren
maar ’t blijft koud in hart en nieren
En toch
‘t helpt allemaal niet als medicijn
met een burn-out kan het koud zijn
donkere wolken pakken samen
en toch sluipt er licht door de ramen
Coon