Boeten voor moeten
altijd weer van moeten:
ik moet het, ik moet wat
ik moet dit, ik moet dat -
’t is zwoegen, ’t is wroeten
dan komt dat willen:
ik wil het, ik wil wat
ik wil dit, ik wil dat -
ik kan me eraan vertillen
en dan weer het kunnen:
ik kan het, ik kan wat
ik kan dit, ik kan dat -
ik wil me niets misgunnen
stop! roept mijn lijf
ik bevries, ik verstijf
‘k ben me ervan bewust
dat ik snak naar rust
ben volledig uitgeblust
‘k heb nood aan een actieplan -
en als het even kan
terug mijn levenslust
Coon
